Stelt u zich eens voor, dat u waar u ook bent in Europa, de daar verschijnende plaatselijke krant zou kunnen lezen. Utopie? Voor ons wel, nadat pogingen om het Esperanto algemeen in te voeren, niet tot het gehoopte succes hebben geleid. Voor 130 miljoen Arabieren is dit echter wel het geval, wanneer zij in welk Arabisch land dan ook zijn.
Het klassieke Arabisch, de taal van de koran, is de taal van de regering, de kranten, de literatuur en de formele radio- en t.v.-uitzendingen. Als spreektaal klinkt het echter net zo ongewoon en onnatuurlijk als wanneer u zich in het Nederlands van Vondel zou uitdrukken. Tenslotte is na de 7e eeuw, behalve noodzakelijke woordtoevoegingen, niets aan het Arabisch veranderd. Omdat het een taal is die niemand van huis uit spreekt, is de perfecte beheersing ervan dan ook voor slechts een klein gedeelte van de bevolking weggelegd.
Het Arabisch wordt van rechts naar links geschreven en kent geen geschreven korte klinkers. Om iedere verkeerde uitleg van de koran te voorkomen, worden deze korte klinkers d.m.v. tekens boven de letters gezet, waarna deze klinker uitgesproken moet worden. Dit draagt mede bij tot het kunstzinnige, sierlijke uiterlijk van het heilige boek.
Ook in het onderwijs worden in het begin de klinkertekens nog geplaatst.
Er bestaan verschillende schriftsoorten, de voornaamste daarvan zijn;
- het Nashki, de drukletter voor boeken en kranten;
- het Ruq'h voor het normale handschrift;
- het Thuluth, een speelse vorm die voor opschriften wordt gebruikt. Een van de mooiste voorbeelden van Thuluth schrift is het zwarte kleed van de Kaaba in Mekka, dat met een brede rand van Thuluth inscripties is versierd;
- het Kufi, een zwaar en hoekig schrift, dat in de loop der eeuwen wat lichter is geworden, omdat men de hoeken is gaan afronden. Dit schrift zien we b.v. als een plechtige band langs de muren van de Ribat in Monastir, maar ook op veel oude grafpilaren, die in het museum van Raqqada te zien zijn.
Wat een mogelijkheden voor een kalligraaf zowel in non-figuratieve als in figurative kunst.
De spreektaal, de moedertaal dus, is een van het Arabisch afgeleid dialect, maar dit wordt niet onderwezen, noch geschreven. We hebben in de Arabische landen dus te maken met een schrijftaal, die niet gesproken, en een spreektaal die niet geschreven wordt.
De dialecten van de Maghreb landen verschillen onderling wel, maar er is toch een goede communicatie mogelijk.
Hoe hebben letterlijk de Fransen in de tijd van het protectoraat hier de weg kunnen vinden? Al spoedig hebben zij tweetalige wegwijzers ingevoerd, zij het dan met een bepaalde mate van slordigheid en weinig gevoel voor nuances.
Al in de middeleeuwen kwamen er Europeanen in aanraking met de Arabische wereld door bedevaarten en kruistochten en later door handel en wetenschappelijke studies. En dat is de reden dat u al heel wat Arabische woorden kent!
Enkele van deze aan het Arabisch ontleende woorden zijn: tarief, suiker, moesson, douane, papegaai, kaliber, algebra, cijfer, amalgaam, borax, arsenaal, magazijn, mousseline, damast, alcohol, alkoof, sorbet, saffraan, satijn, talisman, thee, tarra, almanak, alchemie, kohl en kamizool. Schakers onder u hebben zich misschien nooit gerealiseerd dat het schaakspel door de Arabieren is geïntroduceerd en dat 'mat' het Arabische woord is voor 'hij is gestorven'.
Maar welke taal spreekt de oorspronkelijke bevolking, de berbers? Zij hebben hun eigen taal, zij het dan weer onderverdeeld in verschillende dialecten. Zoals de eenvoud van de berber zelf, zo is ook zijn taal: verwoordingen van abstracte begrippen kent hij niet. De vrouwen hebben veel bijgedragen tot het behoud van het Berbers, zij spreken een taal die de mannen vaak niet of niet meer verstaan.
Anderzijds zijn er gevallen bekend van berbermannen, die met een geheime fluittaal op grote afstand met elkaar kunnen 'spreken'.
Naar schatting spreekt nauwelijks 3% van de Tunesische bevolking nog de berbertaal.
Door de eeuwen heen heeft de berber kans gezien de taal van zijn indringers op te pikken, en omdat hij een groot imitatievermogen bezit zag hij in korte tijd kans deze nieuwe talen vrijwel accentloos te spreken.
SPREEKWOORDEN EN GEZEGDEN
Het is interessant om te bekijken hoe in veel culturen dezelfde spreekwoorden en gezegdes gebruikt worden, maar dan in een eigen jasje gestoken. Anderzijds komt het ook voor dat de ene cultuur geen equivalent heeft voor een gezegde van de ander. De Arabieren hebben honderden spreekwoorden, een kleine bloemlezing hiervan wil ik u niet onthouden.
Wat vindt u hiervan:
- Sla de kat en de bruid zal bevreesd zijn...
- Als men de ezel op de bruiloft uitnodigt is dat alleen om het hout te dragen...
Enkele ons bekende zal ik hieronder citeren, te beginnen met onze versie, gevolgd door de Tunesische.
- Twee vliegen in een klap; twee vogels met een steen.
- Wie de schoen past, trekke hem aan; alleen de schurftigen krabben hun ellebogen.
- Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen; degene die een keer door een slang is gebeten, is zelfs bang van de schaduw van een
touw.
- Hij ziet de splinter in het oog van de ander, maar niet de balk in zijn eigen oog; als de kameel zijn bult zou zien, zou hij zijn nek breken.
- Het is lood om oud ijzer; het is El Hajj Moussa of Moussa El Hajj.
- Het paard achter de wagen spannen; eerst de mat maken en dan de moskee.
- Bezint eer ge begint; sla geen hond voordat je zijn meester kent.
- Zo gewonnen, zo geronnen; alles wat de wind verzameld heeft, brengt de storm weer weg.
- Beter een vogel in de hand dan 10 in de lucht; het beetje dat blijft is meer waard dan veel dat voorbij gaat.
- Gestolen goed gedijt niet; het geld van de zonde verdwijnt in de duisternis.
- Men moet zich niet in familietwisten mengen; men moet zijn vinger niet tussen boom en bast steken.
- Het onmogelijke proberen; de olifant op de sprinkhaan laten stappen.
- Eens een dief, blijft een dief; degene die een naald steelt, steelt een koe.
- Van de regen in de drup komen; een druppel ontvluchten en onder de regenpijp terechtkomen.
- Parels aan de zwijnen voeren; tuinbonen geven aan diegenen die geen kiezen hebben.
- Hij is een verstrooide professor; hij zoekt zijn zoon, die hij op zijn schouders draagt.
En tenslotte twee Tunesische gezegdes, die voor zichzelf spreken:
- ledere aap is in de ogen van zijn moeder een gazelle; en:
- We zijn allemaal mensen van negen maanden.